Hunebedtocht (3,5 uur / 53 km)

Hunebedtocht

Startplaats: Parkeerplaats van het Hunebedcentrum

Afstand: 52,6 km

Op onderstaande kaart van de fietsroute (bron: Fietsersbond) ziet u in rood letters aangegeven. Deze letters verwijzen naar extra informatie die onder de routebeschrijving is vermeld.

Verhalen langs de route

A. Hier, direct na de ingang van het Hunebedcentrum naar links, vindt u meteen het grootste hunebed van Nederland. Net als andere hunebedden in Nederland is het genummerd. Dit is nummer D 27. De D staat voor Drenthe. Het bevat 9 dekstenen op 26 zijstenen en 2 sluitstenen en een complete poort met 4 zijstenen en 1 deksteen. 2 keien in de buurt zijn mogelijk kransstenen geweest. De Groningse dichteres Titia Brongersma heeft in 1685 in het hunebed gespit en nogal wat potten gevonden: “Zij vielen doch alle in scherven; uitstortende een groote menigte doodsbeenderen”. Daarvan is echter niets bewaard gebleven. Jammer want menselijke resten in Drentse hunebedden zijn zeldzaam. Toch zou het waar kunnen zijn want in 1983 vond de 14-jarige scholier René Edens naast wat versierde potscherven enkele menselijke botjes. Hunebedden zijn de oudste monumenten in Nederland. Deze monumenten zijn ongeveer 5.000 jaar geleden gebouwd in de Nieuwe Steentijd, de laatste periode van de Steentijd. Hunebedden werden gemaakt van enorme zwerfkeien die met de ijskap in de ijstijd van ongeveer 100.000 jaar geleden naar het noorden van Nederland schoven. Deze keien zijn alleen te vinden waar de ijskap is geweest: het noorden van Nederland. De enorme keien worden ook wel megalieten genoemd (afgeleid van de Griekse woorden mega = groot, en lithos = steen). Hunebedden werden gebruikt als grafkamers. De botten van de overleden mensen zijn in de loop van 5000 jaar vergaan. Een deel van de grafgeschenken is wel goed bewaard gebleven: potten van aardewerk, gereedschap en wapens van steen, en sieraden van bijvoorbeeld barnsteen.

B. Prinses Beatrixeik. Terwijl de landmeter van het kadaster bezig was met het uitzetten van de precieze grenzen in het stuk “woeste grond” dat later ingeplant zou worden met nieuw bos en terwijl medewerkers van Staatsbosbeheer grensstenen ingroeven, begonnen overal kerkklokken te luiden. Het was 31 januari 1938: er was een prinsesje geboren. De toenmalige boswachter van Exloo gaf direct opdracht een eikenboom te planten ter ere van dit heugelijke feit. Ook liet hij een grote steen neerleggen waarin naam en datum werden gebeiteld. Twee jaar later brak de oorlog uit. De bezetter gaf de boswachter het bevel de naam van de steen te verwijderen. De boswachter, dhr. Meelker, verving de steen echter door een andere steen. De Beatrixsteen werd op een geheime plaats ingegraven tot de bevrijding.

C. U komt hier bij theehuis “Poolshoogte”. De Poolshoogte is een heuvel met uitkijktoren aan de Boswachter Meelkerlaan in boswachterij Odoorn. In 1934, bij de tweede ontginningsfase van het gebied, werd in opdracht van boswachter Meelker een heuvel van 13 meter hoogte opgeworpen, naar een ontwerp van zijn zoon, die ook de naam Poolshoogte bedacht. De “klus” werd verricht vanuit de werkverschaffing. De top van de heuvel ligt op 38 meter boven NAP. Naar de top leiden twee paden die een zogeheten dubbele helix vormen. Vanaf de top kon de jonge aanplant in de omtrek goed in gaten gehouden worden: men kon er “poolshoogte nemen”.

D. U steekt het kanaal Buinen-Schoonoord over. Dat was bedoeld om de verbinding te vormen tussen het Oranjekanaal en het Stadskanaal. De aansluiting zou plaatsvinden via de Borger zijtak van het Oranjekanaal en het inmiddels gedempte Zuiderdiep in NieuwBuinen. Het kanaal is aangelegd als een werkverschaffingsproject in de jaren 1926 tot 1930. De exploitatie was in handen van een private organisatie, de N.V. Kanaalmaatschappij Buinen-Schoonoord. Het kanaal kon echter niet rendabel worden geëxploiteerd en in 1953 nam het Rijk het kanaal over. Achtereenvolgens kwam het vervolgens in handen van de provincie Drenthe en het waterschap Oostermoerse Vaart, thans Hunze en Aa’s. Sinds 1966 heeft het kanaal geen scheepvaartfunctie meer, maar wordt nog alleen gebruikt ten behoeve van de recreatie.

E. Hier fietst u door een landschap met een aantal grafheuvels en vennetjes. Grafheuvels zijn graven die zijn bedekt met een meestal ronde en soms ovale heuvel. Grafheuvels staan geregistreerd op de lijst van archeologische monumenten en ze genieten bescherming volgens de monumentenwet. Om de wetenschappelijke en landschappelijke waarde ervan te bewaren worden de overblijfselen geconsolideerd door het verwijderen van begroeiing en het herstellen van beschadigingen. De eerste ‘schatgraver’ met wetenschappelijke belangstelling was dominee Johan Picardt. Hij deed al in de zeventiende eeuw onderzoek naar grafheuvels en hunebedden.

F. U komt bij ’t Nije Hemelriek. Er is een zandstrand, speelweide, picknickgelegenheid, fietsverhuur, toiletten en een restaurant. De speelvijvers van Staatsbosbeheer liggen verscholen in het groen, midden in de natuurgebieden. Sommige plassen ontstonden op natuurlijke wijze, andere door zandwinning. Daardoor verschilt de diepte per plas. Het is in ieder geval overal puur natuur en de waterkwaliteit is goed. Je kan zonder probleem de speelvijver in, waar je niet bang hoeft te zijn dat je snel kopje onder gaat, want de bodem loopt langzaam af. In de zomer kan het wel erg druk zijn, want iedereen zoekt dan het water op. Dan is er gelukkig nog genoeg rust en natuur te vinden in het gebied rondom de speelvijver.

G. Eext is een prachtig karakteristiek brinkdorp in de provincie Drenthe. Het dorp heeft zeven brinken, een oud kerkje en mooie historische boerderijen. Er wonen ongeveer 1500 inwoners, een getal dat in de zomermaanden verdubbeld wordt door de hoeveelheid toeristen. Dit vanwege haar aantrekkelijkheid en de vele recreatiemogelijkheden.

H. Als u na het dorp Eext door het tunneltje onder de autoweg bent gereden, komt u na enige tijd bij het Zwanemeerbos, dit is een natuurgebied ten noorden van Gieten, bestaande uit een markant eikenhakhoutcomplex. De naam houdt verband met het Zwanemeer, een nabijgelegen waterplas die is ontstaan als gevolg van zandwinningsactiviteiten. Naast natuurschoon herbergt het gebied allerhande sporen uit het verleden, waaronder een veertigtal grafheuvels, verspreid over drie groepen. Uit verkenningen (1994) en archeologisch onderzoek (1950) is gebleken dat deze grafheuvels hoofdzakelijk uit de IJzertijd stammen. Door het gebied loopt een oude verbindingsweg, de Oude Groningerweg, die Groningen met Coevorden verbond.

I. Gieten is van oorsprong een esdorp en heeft een voor deze dorpen kenmerkende brink. Het ligt aan de kruising van de rijkswegen N33 en N34 die beide lopen over de plaats van belangrijke middeleeuwse routes. Deze beide wegen behoorden tot de eersten in Drenthe die in de 19e eeuw werden verhard. De hervormde kerk dateert van 1849, de toren is echter al veel eerder, in de zeventiende eeuw, gebouwd. In het dorp staat een korenmolen, de Hazewind uit 1833.

J. In 1905 werd de Noordooster Lokaal spoorweg aangelegd. Deze spoorlijn liep van Stadskanaal, via Gasselte, Gieten, Eexterhalte en Rolde naar Assen. Het station van Gieten lag, hoe kan het ook anders, aan de Stationsstraat. De spoorlijn rendeerde op den duur niet. De opkomst van de vrachtauto en autobus was daar grotendeels debet aan. De lijn werd voor personenvervoer gesloten in 1939, maar in de oorlog tijdelijk hervat. In 1950 werd de lijn definitief gesloten voor personenvervoer en in 1962 voor vrachtvervoer. In 1967 werd het stationsgebouw afgebroken en de spoorwegovergang over de Gasselterweg en de rails en bielzen van het tracé verwijderd. Maar, het hele traject van Stadskanaal naar Assen waarlangs de trein reed, zo’n 30 km, is er nog. Het deel van Gieten naar Gasselte heet het Brummelpad. Het is een wandelpad, maar de kiezels van de voormalige spoorlijn liggen er nog steeds. Heel fraai op deze route is Het Ravijn, dat op Gasselter grondgebied ligt. Om het voor de trein onoverkomelijk hoogteverschil op dit punt in de Hondsrug te overbruggen, groef men dit ravijn dwars door de Hondsrug. De imposante 10 meter hoge brug over het ravijn is nog begaanbaar voor fietsers en wandelaars. U kunt het tracé op een aantal plaatsen in het landschap herkennen, soms door even van het fietspad af te gaan.

K. Het Drouwenerzand ligt op de Hondsrug tussen de dorpen Gasselte en Drouwen. In het begin van de vorige eeuw werd het Drouwenerzand nog beschouwd als één grote ramp. Jaren van overbegrazing door schapen, het steken van heideplaggen, en het delven van keien hielden de ‘malende zandzee’ van het Drouwenerzand in beweging. Een regelrechte bedreiging voor de nabijgelegen landbouwgronden en wegen. Een groot contrast met de vredige aanblik die het terrein nu biedt. De vele jeneverbessen, die hier als ‘wachters op de hei’ staan, geven het landschap een bijna mystiek karakter. De gemarkeerde wandelroute van vier kilometer is op diverse plaatsen vanaf de omliggende horecagelegenheden en campings te starten. De wandeling voert zowel door het heide en stuifzandgebied als door het bos. In het bos is het stuifzandverleden nog zichtbaar in de bultige ondergrond.