Zeven heuveltjes (3,4 uur / 17 km)

Langs zeven heuveltjes naar een hunebed.

Startplaats: Parkeerplaats van het Hunebedcentrum
Afstand: 16,8 km

1. Ga, komend vanaf de parkeerplaats van het Hunebedcentrum linksaf. Bij de eerste verharde weg rechtsaf naar de sluis in het kanaal Buinen – Schoonoord, steek de stuw over via het smalle betonnen bruggetje (wees voorzichtig, houd de leuning goed vast en houd kinderen, als u die bij zich heeft goed in de gaten!).
2. Ga na de stuw linksaf en loop ongeveer 100 meter over het schouwpad langs het kanaal. Sla daarna rechtsaf en loop langs de sloot tot u bij een zandweg komt. Let op: u loopt hier over een terrein dat eigendom is van Het Drentse Landschap en gepacht wordt door een boer uit de omgeving. Blijf binnen 1,5 meter van de sloot en houdt honden aangelijnd. Ga op de zandweg linksaf en direct daarna weer rechtsaf op een zandweg. Steek aan het eind van de zandweg de straat en de parallelweg over. U loopt nu weer op een zandweg.

Tussen Borger en Buinen ligt het dal van het Voorste Diep. Het Voorste Diep is een unieke geosite; het is namelijk een (ijssmeltwater)doorbraakdal en dateert uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Bij de stuw steekt u het Voorste Diep over. U bent nu tussen twee verhogingen in het landschap: de Hondsrug en de Buunerbult. Het dal doorsnijdt als enige van de erosiedalen de Hondsrug. Op dit hoofddal komen verscheidene kleinere dalen uit, zoals bv de laagte waardoor de Bronnegerstraat vanuit Buinen naar het noorden loopt, of de laagte bij Bloemendellen. 

Als u de straatweg van Borger naar Buinen oversteekt, kunt u rechts voor u in het veld twee hunebedden zien liggen. Ze liggen in een krans van bomen. Als u een bezoekje aan deze hunebedden wilt brengen, loop dan over de parallelweg richting de hunebedden, steek de straat over en loop langs het met gras begroeide pad naar het kleine hunebedterrein. Het zijn twee vrijwel even grote hunebedjes. D28 heeft drie dekstenen en nog alle 8 draagstenen en 2  sluitstenen. De meest oostelijke deksteen evenals de poortstenen ontbreken. In 1927 vond Van Giffen 2 spiralen van koperdraad in dit graf: de oudste metalen sieraden van Nederlandse bodem. D29 is nooit wetenschappelijk onderzocht. D29 heeft twee grote en zeer platte dekstenen, waarvan er één in het graf is gegleden. Eén deksteen ontbreekt. Dit hunebed heeft echter nog wel twee poortstenen. De zij- en sluitstenen zijn met 10 stuks compleet.
De twee dekstenen van D29 hebben mogelijk één geheel gevormd. Keer na het bezoek naar de plaats waar u de route hebt verlaten. 

3. Blijf deze weg alsmaar volgen tot u, nadat u door een perceel bos bent gelopen, links voor u een groot heideveld ziet. Op dit punt (bij perceelsteen 187) gaat u rechtsaf op de zandweg. Volg deze weg tot u bij een fietspad komt. Links voor u ziet u het hekwerk van een bungalowpark. Steek het fietspad over en loop langs het hekwerk. Aan het eind van deze weg gaat u op de straatweg linksaf tot u bij de parkeerplaats van “Het land van Bartje” komt.

Vanaf circa 1915 tot na de Tweede Wereldoorlog werden in Drenthe op gronden die niet geschikt waren voor de landbouw bossen aangelegd. Al in 1916 werden er werklozen ingeschakeld bij het ontginnen en bebossen. Vooral na 1922 is de inzet van werklozen van doorslaggevende betekenis geweest voor de snelle uitbreiding van het bosareaal. De slechte werkgelegenheidssituatie was een nationaal probleem.
De overheid ontwikkelde en financierde grote werkgelegenheidsprojecten. Spitten van heidegrond werd daarvan een belangrijk onderdeel en leverde nieuwe landbouwgrond en bosgrond op. Het bosareaal groeide van ca. 9000 ha in 1900 naar 24.000 ha in 1970. Ook na bebossing leverde de verzorging en exploitatie van het bos nog vele handen werk. Vooral in de wintermaanden werden tot ver in de jaren ’50 van de 20e eeuw seizoenarbeiders te werk gesteld. Daaraan kwam rond 1960 een einde. Staatsbosbeheer ging over tot het in vaste dienst nemen van bosarbeiders. In alle gevallen was het bos gemengd aangelegd: loofbomen en naaldbomen door elkaar, waarbij de loofbomen in veel gevallen de sneller groeiende naaldboomsoorten moesten helpen (‘als hulpboomsoort’). Hun aanwezigheid werd nu als lastig ervaren en ze werden daarom verwijderd. Tot in de jaren ’70 zijn zo veel eiken, Amerikaanse eiken en berken uit het bos gekapt. Na de stormen van 1972 en 1973 veranderde het denken over bosbeheer en wordt gericht op stabiliteit en duurzaamheid. In essentie komt dat erop neer, dat veel kleinschaliger wordt gewerkt en dat mengingen worden hersteld en uitgebreid. De laatste 30 à 40 jaar hebben de bossen vooral ook een recreatieve functie gekregen. Er zijn in de Staatsbossen wandelpaden, speelveldjes, picknickterreinen, ruiterpaden, spartelvijvers en recreatiewegen aangelegd .

4. Vervolg de route door verder te gaan over de zandweg. Ga aan het eind van de zandweg op de straat naar links (bij huisnummer 7. Ga aan het eind van de straat bij het huis “De Driesprong” scherp naar links en vervolg uw route over de zandweg. Na ongeveer 250 meter ziet u aan de linkerkant een hek met een bordje “Verboden Toegang”.
5. Tien meter verder ligt aan de rechterkant een dikke steen. Hiernaast loopt een pad het bos in. Volg dit pad. Na ongeveer 200 meter komt u op de plaats waarna u de gele paaltjes gaat volgen. Ga hier naar links en volg de gele paaltjes. Houd de paaltjes aan uw rechterhand. Let goed op want deze paaltjes staan soms wat verscholen tussen de bomen en het struikgewas!

In dit gebied zijn veel door stuifzand gevormde heuvels. In de 18e en 19e eeuw was stuifzand een groot probleem voor Drenthe Door de intensivering van de landbouw, in het bijzonder die van de werd de heide rondom de essen frequenter afgeplagd. De beschermende vegetatie werd steeds vaker van het dekzand verwijderd. Bovendien liep over de Hondsrug een belangrijke noord-zuid verkeersader. Als voorloper van de A34 bevond zich hier een zandweg, in de vorm van karrensporen, die intensief bereden werd door karren en koetsen en die vanaf de zeventiende eeuw steeds belangrijker begon te worden. De bovengrond werd steeds verder kapotgereden.
Periodiek kon de bovengrond gortdroog worden, doordat het regenwater gemakkelijk van de hooggelegen Hondsrug afgevoerd kon worden en het door het, als gevolg van de invloed van de zoutpijler, ontbreken van de keileemlaag hier gemakkelijk kon inzijgen. Al deze factoren zorgden ervoor dat bijvoorbeeld in een droog voorjaar het overal losliggende zand vanuit de meest getergde plaatsen door de wind kon worden opgenomen en hiermee begon een proces dat plotseling niet meer te stuiten was. De uitgestoven kuilen vergrootten zich en het weggeblazen zand bedekte de omgeving.
Doordat de ondergestoven vegetatie verstikte, kon de zandverstuiving zich steeds verder uitbreiden. Aan het eind van de achttiende eeuw werd de dreiging door de zandverstuiving zo groot dat men maatregelen nam om de zandverstuiving te beteugelen. De belangrijkste wapens waren het opwerpen van wallen en het planten van bomen. De meest succesvolle boomsoort om stuifzanden vast te leggen is de grove den. Deze boom heeft een pen- of hartwortelstelsel dat meters diep de grond in kan groeien. Vanaf circa 1915 werd begonnen met het aanleggen van de Staatsbossen. Het doel van deze aanleg was het verkrijgen van mijnhout voor de Staatsmijnen en het beteugelen van het stuifzand. Ook konden op deze manier onrendabele gronden rendabel worden gemaakt. Het aanleggen van de bossen werd als werkgelegenheidsproject benut. Werklozen, ook uit andere delen van Nederland werden hier als werkkracht ingezet. Er werden veel sparren aangeplant, met hun rechte stam goed geschikt voor het gebruik als mijnhout. Ook al lopen we hier in het bosgedeelte, toch is het zeer kenmerkende stuifzandreliëf overal goed herkenbaar.

6. Na enige tijd komt u aan de bosrand. U loopt dan over een zandweg tot u bij een asfaltweg komt (bij steen 129). Sla hier linksaf en vervolg de route langs de gele paaltjes. Na enige tijd gaat de route weer het bos in. Daarna komt u op een kruising van paden. Daar moet u naar rechts. Er staan nu paaltjes met een rode en gele band. Na enige tijd steekt u een asfaltweg over. Kort daarna komt u op een splitsing (steen 129 aan uw rechterhand).
7. U volgt de rode wandeling en gaat hier linksaf. Na enige tijd komt u bij een open terrein dat aangeduid wordt met “De Zeven Heuveltjes”. Kijk maar eens of u er zeven kunt tellen. Na enige tijd komt de rode wandeling uit bij het hunebed.
8. U vervolgt de rode route en loopt vanaf het hunebed een klein eindje terug over hetzelfde pad. Houd de rode paaltjes aan uw rechterhand. Na enige tijd passeert u op deze route de “Markesteen” met een informatiepaneeltje. Tussen steen 137 en 138 gaat u naar links. Na circa 100 meter staat er rechts een rood / geel paaltje. Vanaf nu volgt u de rood / gele paaltjes. Na enige tijd steekt u een asfaltweg over. Kort daarna komt u op een splitsing (steen 129 aan uw rechterhand).

We komen bij hunebed D30. Van de vier oorspronkelijke dekstenen zijn er nog drie aanwezig. De poort is erg goed zichtbaar, dit omdat er nog twee poortstenen aanwezig zijn, maar ook goed te zien is waar de grootste opening tussen de draagstenen is. In de kelder zijn tijdens de opgravingen scherven gevonden van ongeveer 80 stuks aardewerk. Dit samen met wat verbrande menselijke botresten en een pijlpunt, dit is voor een Nederlands hunebed vrij uniek. 

We zien hier een markesteen. Vroeger gaven deze markestenen de grens aan
tussen de boermarken van de verschillende dorpen. In Drenthe is een boermarke een aanduiding voor een gebied dat afgebakend is door middel van bepaalde merktekens. Dit kunnen stroompjes, houtwallen, wegen, palen of zwerfkeien zijn. Rond de middeleeuwen waren de markes autonoom en maakten ze hun eigen regelingen. Er werden volmachten gekozen die toezicht hielden op de uitvoering van het werk. Met de boerhoorn werden boeren opgeroepen om aan hun verplichtingen te voldoen. In vroeger tijden leverde het markeren van de grenzen altijd veel strijd op. 

9. U gaat hier rechtsaf en houd u de gele paaltjes steeds aan uw rechterhand. Het pad kronkelt door het bos en gaat over heuveltjes en door dalen. U komt langs een parkeerplaats en steekt een fietspad en een keienweg over. Na enige tijd staat er langs een lang recht pad een bank op een kruising van paden. Ongeveer 100 meter na die bank gaat de gele route met een bocht van 90 º naar rechts. Dit is het punt waar we de gele route zijn begonnen. U gaat hier rechtdoor.
10. U komt uit bij de bosrand bij de dikke steen. Op dit punt steekt u de zandweg over naar een smal pad aan de overzijde. Aan het eind van dit pad gaat u rechtsaf, langs de bosrand. Aan het eind van dit pad komt u bij een fietspad. Ga hier linksaf.
11. U Volgt het fietspad tot aan het punt waar het hekwerk van het bungalowpark een scherpe bocht naar links maakt.

Even buiten de wandelroute, ter hoogte van het bungalowpark “Land van Bartje”, kunt u een pingoruïne bezoeken. Hij ligt aan de overzijde van het heideveld waar u hier langs loopt. Pingoruïnes zijn de overblijfselen van een pingo als het ijs in de ondergrond smelt. Tijdens de laatste ijstijd was het zo koud dat de bovenste laag van de ondergrond permanent bevroren was (permafrost). De bodem was ten minste twintig meter en plaatselijk tot wel vijftig meter diep bevroren. Onder deze bevroren bodem bevond zich grondwater dat vanwege de grote diepte sterk onder druk stond.
Op plaatsen waar zich scheuren in de permafrost bevonden welde het grondwater daarom omhoog. Zodra het in de zone met permafrost kwam bevroor het. Hierdoor ontstond een ondergrondse ijslens, die door de aanvoer van nieuw grondwater bleef groeien. De grond boven de ijslens werd steeds verder omhooggeduwd. Er ontstond een heuvel die tientallen meters hoog kon worden. Door de aanhoudende groei van de ijsheuvel ontstonden er op een gegeven moment scheuren in de grond bovenop de ijslens. Zonlicht kon nu op het ijs schijnen, waardoor dit langzaam ging smelten. Ook de bedekkende grondlaag ontdooide. Geholpen door het smeltwater, dat van de pingo afstroomde gleden stukken grond naar beneden, die zich aan de voet van de heuvel ophoopten. Zo vormde zich aan de onderkant een ringvormige aarden wal, de zogenaamde randwal. Toen al het ijs gesmolten was bleef er een ringvormige krater over die zich vulde met smeltwater: een pingoruïne. Dit meertje kan vervolgens in een warmere tijd weer opgevuld worden met organisch materiaal als gevolg van plantengroei. In de loop der tijd vormt zich uit dit organisch materiaal veen. Later is dat veen er door de mens uit gehaald om te gebruiken als brandstof. Hierdoor werd de vorm van de pingo’s weer zichtbaar als ronde meertjes in het landschap. In Nederland vinden we pingoruïnes voornamelijk in het noorden en het oosten van het land.

12. Hier gaat u naar rechts over de zandweg. U komt weer bij het grote heideveld. U gaat linksaf langs vaksteen 187. U blijft deze weg volgen tot een straatweg met een parallelweg er naast. Steek deze over en vervolg de route op de zandweg. Aan het eind van deze weg linksaf en direct daarna weer rechtsaf over het schouwpad langs de sloot. Let op: u loopt hier over een terrein dat eigendom is van Het Drentse Landschap en gepacht wordt door een boer uit de omgeving. Blijf binnen 1,5 meter van de sloot en houdt honden aangelijnd.
13. Als u bij het kanaal komt linksaf gaan tot het smalle bruggetje. Steek dit over, ga naar rechts en volg de weg. Aan het eind van de weg gaat u linksaf. Na 350 meter bent u weer bij de parkeerplaats van het Hunebedcentrum.