Hunebed, zand en bos (2,3 uur / 34 km)

Langs hunebedden, zandverstuivingen en bossen

Startplaats: Parkeerplaats van het Hunebedcentrum

Afstand: 33,6 km

Op onderstaande kaart van de fietsroute (bron: Fietsersbond) ziet u in rood nummers aangegeven. Deze nummers verwijzen naar extra informatie die onder de routebeschrijving is vermeld.

Verhalen langs de route

1. U komt na het dorpje Bronneger op een punt waar vijf hunebedden dicht bij elkaar liggen. Het zijn D 21 tot en met D 25. D21 is de mooiste en vanwege de archeologische vondsten, de belangrijkste. Hij heeft weliswaar slechts drie (maar wel zeer grote) dekstenen maar oogt fascinerend door de  indrukwekkende beuk die de functie van één van de draagstenen heeft overgenomen maar ook verder het hele beeld van het hunebed overheerst. Van de 8 zij- en 2 sluitstenen steken slechts de toppen boven het zand uit, evenals van de ene poortsteen. D21 is in 1918 door Van Giffen grondig onderzocht; en met resultaat. Er werden, naast complete potten, scherven gevonden van in totaal 600 stuks aardewerk. D25 is de derde van de drieling met D23 en D24 of eigenlijk de eerste omdat hij groter en beter intact is dan de andere twee: vier dekstenen die netjes op acht  zijstenen en twee sluitstenen rusten. Ook bij dit hunebed steken de draagstenen nauwelijks boven de grond uit.

2. Als u bij knooppunt 42 even in de richting van Borger fietst en dan rechtsaf gaat op de Steenhopenweg, dan vindt u vlak voor het tunneltje onder de N34 aan uw linkerhand twee mooie hunebedden: D19 en D 20. In sept. 1998 zijn beide hunebedden ingrijpend gerestaureerd waarbij de fragmenten van 2 gespleten dekstenen weer aan elkaar werden gekit en op de draagstenen getild. Bovendien werden alle aangetroffen scheuren in de dek-, zij- en kransstenen met cement dichtgesmeerd.

3. Het Drouwenerzand ligt op de Hondsrug tussen de dorpen Gasselte en Drouwen. In het begin van de vorige eeuw werd het Drouwenerzand nog beschouwd als één grote ramp.
Jaren van overbegrazing door schapen, het steken van heideplaggen, en het delven van keien hielden de ‘malende zandzee’ van het Drouwenerzand in beweging. Een regelrechte bedreiging voor de nabijgelegen landbouwgronden en wegen. Een groot contrast met de vredige aanblik die het terrein nu biedt. De vele jeneverbessen, die hier als ‘wachters op de hei’ staan, geven het landschap een bijna mystiek karakter. De gemarkeerde wandelroute van vier kilometer is op diverse plaatsen vanaf de omliggende horecagelegenheden en campings te starten. De wandeling voert zowel door het heide en stuifzandgebied als door het bos. In het bos is het stuifzandverleden nog zichtbaar in de bultige ondergrond.

4. U fietst hier in boswachterij Gieten / Borger van Staatsbosbeheer. Toen Staatsbosbeheer in 1899 werd opgericht was Nederland ernstig ontbost en was er grote vraag naar hout. In de eerste dertig jaar van zijn bestaan bracht Staatsbosbeheer het bos in Nederland weer op peil en legde veel  productiebossen aan. Het hout werd onder andere gebruikt in de mijnbouw. Eind jaren zestig kon Nederland niet meer concurreren met houtproducenten in grotere landen. Ook leidden veranderingen in het denken over natuur en milieu tot groeiende kritiek op productiebossen. Sindsdien richt Staatsbosbeheer zich op de ontwikkeling van natuurlijk, gemengd bos. Rond het begin van de twintigste eeuw kwam bescherming van ‘natuurschoon’ en behoud van ‘natuurmonumenten’ op. In 1928 werd natuurbescherming officieel de tweede taak van Staatsbosbeheer. In de jaren zeventig kreeg natuurbeheer een meer offensieve aanpak: natuurherstel en -ontwikkeling. Natuur die de ruimte krijgt om zichzelf te ontwikkelen is gezonder dan natuur die alleen dankzij menselijk ingrijpen kan voortbestaan. Vanaf de jaren twintig begonnen mensen de recreatieve waarden van natuur te ontdekken. Recreatieve voorzieningen treffen en de groeiende stromen bezoekers in goede banen leiden werd de vierde taak van Staatsbosbeheer. U kunt hier zowel de oude productiebossen met zijn kaarsrechte rijen naaldbomen als de gemengde bossen die aan de natuur worden  overgelaten duidelijk herkennen.

5. U fietst hier door het stroomdallandschap van het Andersche Diep, één van de drie brontakken van de Drentsche Aa. Nergens in Nederland vind je een beek als de Drentsche Aa. Kronkelend haar weg zoekend door het landschap, zoals zij dat al eeuwen en eeuwen gedaan heeft. In dit uitzonderlijk gaaf gebleven landschap creëerden boeren gedurende duizenden jaren een grote rijkdom aan natuur. Het Drentsche Aa gebied stond regelmatig op de lijst als potentieel Nationaal Park. Het gebied heeft echter binnen haar grenzen 16 dorpen en gehuchten en bestaat voor meer dan de helft uit landbouwgrond.
Hierdoor was zo’n Nationaal Park in traditionele zin (voornamelijk natuurgebied) geen optie. Zo ontstond het plan voor een bijzonder Nationaal Park: het ‘Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa’ dat de eigen sfeer en identiteit zou kunnen behouden.
De grenzen van het gebied worden gevormd door de driehoek Assen-Gieten-Glimmen. Het gaat in totaal om ruim tienduizend hectare waarvan ongeveer één derde natuurgebied is.

6. In boswachterij Gieten Borger heeft Staatsbosbeheer een bijzondere attractie! Ook voor de kinderen is er van alles te beleven bij Buitencentrum Boomkroonpad. De wandeling start in de ondergrondse worteltunnel. Vervolgens klim je naar boven, waar je tussen de toppen van de bomen kunt lopen. Vanaf de uitkijktoren is er een prachtig uitzicht over de omgeving. Na de spannende wandeling door de toppen van de bomen, kunnen de kinderen in het speelbos hutten bouwen of in bomen klimmen. Door middel van een spannende speurtocht door het bos wordt de omgeving verkend. Er zijn ook diverse activiteiten die bij Buitencentrum Boomkroonpad worden georganiseerd, zoals de kinderdoedagen of kriebeldiertjes zoeken met de boswachter. Verder zijn er speciale kinderarrangementen.

7. U treft hier in de bossen nog diverse keienwegen aan. Het verharden van straten, markten en erven van boerderijen met zwerfstenen is een eeuwenoud gebruik. Rond 1400 waren er in de stad Groningen al straten geplaveid met zwerfstenen. Ook Drenthe kende en kent nog vele kilometers keienwegen. Men noemt ze hier ook wel ‘flintenwegen’. Men heeft er zo’n 26 km van aangelegd in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Ze waren bedoeld om het hout dat vrij kwam uit de aangeplante bossen makkelijker te kunnen afvoeren. Omdat in later jaren het rijden met een auto over deze keienwegen geen onverdeeld genoegen kon worden genoemd, om van fietsen maar te zwijgen, ging men voor het comfort vaak naast de keienweg rijden, op het zand. Omdat dit tot ongewenste effecten leidde heeft men in de jaren zeventig van de vorige eeuw ten behoeve van de dagjesmensen een groot gedeelte van de keienwegen in de staatsbossen in Drenthe geasfalteerd. Ze zijn er dus nog wel, al die  miljoenen zwerfkeien, maar ze zijn helaas door zwart asfalt voorgoed aan het oog onttrokken.

8. Hier fietst u door een landschap met een aantal grafheuvels en vennetjes. Grafheuvels zijn graven die zijn bedekt met een meestal ronde en soms ovale heuvel. Grafheuvels staan geregistreerd op de lijst van archeologische monumenten en ze genieten bescherming volgens de monumentenwet. Om de wetenschappelijke en landschappelijke waarde ervan te bewaren worden de overblijfselen geconsolideerd door het verwijderen van begroeiing en het herstellen van beschadigingen. De eerste ‘schatgraver’ met wetenschappelijke belangstelling was dominee Johan Picardt. Hij deed al in de zeventiende eeuw onderzoek naar grafheuvels en hunebedden.