Over Drentse heuvels (2,6 uur / 13 km)

Wandeling over Drentse heuvels

Startplaats: parkeerplaats bij het Hunebedcentrum
Afstand: 12,7 km

Deze tocht voert ons door “Drentse heuvels”, overblijfselen van grote zandverstuivingen. We wandelen door staatsbossen, steken het Voorste Diep over en we kunnen een bezoekje brengen aan twee hunebedden dicht bij de route.

1. Ga, komend vanaf de parkeerplaats van het Hunebedcentrum linksaf. Bij de eerste verharde weg rechtsaf naar de sluis in het kanaal Buinen – Schoonoord, steek de stuw over via het smalle betonnen bruggetje.

Tussen Borger en Buinen ligt het dal van het Voorste Diep. Het Voorste Diep is een unieke geosite; het is namelijk een (ijssmeltwater)doorbraakdal en dateert uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Bij de stuw steekt u het Voorste Diep over. U bent nu tussen twee verhogingen in het landschap: de Hondsrug en de Buunerbult. Het dal doorsnijdt als enige van de erosiedalen de Hondsrug. Op dit hoofddal komen verscheidene kleinere dalen uit, zoals bv de laagte waardoor de Bronnegerstraat vanuit Buinen naar het noorden loopt, of de laagte bij Bloemendellen. 

2. Ga na de stuw linksaf en loop ongeveer 100 meter over het schouwpad langs het kanaal. Sla daarna rechtsaf en loop langs de sloot tot u bij een zandweg komt. Let op: u loopt hier over een terrein dat eigendom is van Het Drentse Landschap en gepacht wordt door een boer uit de omgeving. Blijf binnen 1,5 meter van de sloot en houdt honden aangelijnd. Ga op de zandweg linksaf en direct daarna weer rechtsaf op een zandweg. Steek aan het eind van de zandweg de straat en de parallelweg over. U loopt nu weer op een zandweg.

Als u de straatweg van Borger naar Buinen oversteekt, kunt u rechts voor u in het veld twee hunebedden zien liggen. Ze liggen in een krans van bomen. Als u een bezoekje aan deze hunebedden wilt brengen, loop dan over de parallelweg richting de hunebedden, steek de straat over en loop langs het met gras begroeide pad naar het kleine hunebedterrein. Het zijn twee vrijwel even grote hunebedjes. D28 heeft drie dekstenen en nog alle 8 draagstenen en 2 sluitstenen. De meest oostelijke deksteen evenals de poortstenen ontbreken. In 1927 vond Van Giffen 2 spiralen van koperdraad in dit graf: de oudste metalen sieraden van Nederlandse bodem. D29 is nooit wetenschappelijk onderzocht. D29 heeft twee grote en zeer platte dekstenen, waarvan er één in het graf is gegleden. Eén deksteen ontbreekt. Dit hunebed heeft echter nog wel twee poortstenen. De zij- en sluitstenen zijn met 10 stuks compleet. De twee dekstenen van D29 hebben mogelijk één geheel gevormd. Keer na het bezoek naar de plaats waar u de route hebt verlaten. 

3. Blijf deze weg alsmaar volgen tot u, nadat u door een perceel bos bent gelopen, links voor u een groot heideveld ziet. Op dit punt (bij perceelsteen 187) gaat u rechtsaf op de zandweg.

Vanaf circa 1915 tot na de Tweede Wereldoorlog werden in Drenthe op gronden die niet geschikt waren voor de landbouw bossen aangelegd. Al in 1916 werden er werklozen ingeschakeld bij het ontginnen en bebossen. Vooral na 1922 is de inzet van werklozen van doorslaggevende betekenis geweest voor de snelle uitbreiding van het bosareaal. De slechte werkgelegenheidssituatie was een nationaal probleem. De overheid ontwikkelde en financierde grote werkgelegenheidsprojecten. Spitten van heidegrond werd daarvan een belangrijk onderdeel en leverde nieuwe landbouwgrond en bosgrond op. Het bosareaal groeide van ca. 9000 ha in 1900 naar 24.000 ha in 1970. Ook na bebossing leverde de verzorging en exploitatie van het bos nog vele handen werk. Vooral in de wintermaanden werden tot ver in de jaren ’50 van de 20e eeuw seizoenarbeiders te werk gesteld. Daaraan kwam rond 1960 een einde. Staatsbosbeheer ging over tot het in vaste dienst nemen van bosarbeiders. In alle gevallen was het bos gemengd aangelegd: loofbomen en naaldbomen door elkaar, waarbij de loofbomen in veel gevallen de sneller groeiende naaldboomsoorten moesten helpen (‘als hulpboomsoort’). Hun aanwezigheid werd nu als lastig ervaren en ze werden daarom verwijderd. Tot in de jaren ’70 zijn zo veel eiken, Amerikaanse eiken en berken uit het bos gekapt. Na de stormen van 1972 en 1973 veranderde het denken over bosbeheer en wordt gericht op stabiliteit en duurzaamheid. In essentie komt dat erop neer, dat veel kleinschaliger wordt gewerkt en dat mengingen worden hersteld en uitgebreid. De laatste 30 à 40 jaar hebben de bossen vooral ook een recreatieve functie gekregen. Er zijn in de Staatsbossen wandelpaden, speelveldjes, picknickterreinen, ruiterpaden, spartelvijvers en recreatiewegen aangelegd.

Volg deze weg tot u bij een fietspad komt. Links voor u ziet u het hekwerk van een bungalowpark. Steek het fietspad over en loop langs het hekwerk. Aan het eind van deze weg gaat u op de straatweg linksaf tot u bij de parkeerplaats van “Het land van Bartje” komt.
4. Vervolg de route door verder te gaan over de zandweg. Ga aan het eind van de zandweg op de straat naar links (bij huisnummer 7. Ga aan het eind van de straat bij het huis “De Driesprong” scherp naar links en vervolg uw route over de zandweg. Na ongeveer 250 meter ziet u aan de linkerkant een hek met een bordje “Verboden Toegang”.
5. Tien meter verder ligt aan de rechterkant een dikke steen. Hiernaast loopt een pad het bos in. Volg dit pad. Na ongeveer 200 meter komt u op de plaats waarna u de gele paaltjes gaat volgen. Ga hier naar links en volg de gele paaltjes. Houd de paaltjes aan uw rechterhand. Let goed op want deze paaltjes staan soms wat verscholen tussen de bomen en het struikgewas!
6. Na enige tijd komt u aan de bosrand. U loopt dan over een zandweg tot u bij een asfaltweg komt (bij steen 129). Sla hier linksaf en vervolg de route langs de gele paaltjes. Na enige tijd gaat de route weer het bos in. Daarna komt u op een kruising van paden. Daar moet u naar rechts. Er staan nu paaltjes met een rode en gele band. Na enige tijd steekt u een asfaltweg over. Kort daarna komt u op een splitsing (steen 129 aan uw rechterhand).
7. U gaat hier rechtsaf en houd u de gele paaltjes steeds aan uw rechterhand. Het pad kronkelt door het bos en gaat over heuveltjes en door dalen.

In dit gebied zijn veel door stuifzand gevormde heuvels. In de 18e en 19e eeuw was stuifzand een groot probleem voor Drenthe. Door de intensivering van de landbouw, in het bijzonder die van de werd de heide rondom de essen frequenter afgeplagd. De beschermende vegetatie werd steeds vaker van het dekzand verwijderd. Bovendien liep over de Hondsrug een belangrijke noord-zuid verkeersader. Als voorloper van de A34 bevond zich hier een zandweg, in de vorm van karrensporen, die intensief bereden werd door karren en koetsen en die vanaf de zeventiende eeuw steeds belangrijker begon te worden. De bovengrond werd steeds verder kapotgereden. Periodiek kon de bovengrond gortdroog worden, doordat het regenwater gemakkelijk van de hooggelegen Hondsrug afgevoerd kon worden en het door het, als gevolg van de invloed van de zoutpijler, ontbreken van de keileemlaag hier gemakkelijk kon inzijgen. Al deze factoren zorgden ervoor dat bijvoorbeeld in een droog voorjaar het overal losliggende zand vanuit de meest getergde plaatsen door de wind kon worden opgenomen en hiermee begon een proces dat plotseling niet meer te stuiten was. De uitgestoven kuilen vergrootten zich en het weggeblazen zand bedekte de omgeving. Doordat de ondergestoven vegetatie verstikte, kon de zandverstuiving zich steeds verder uitbreiden. Aan het eind van de achttiende eeuw werd de dreiging door de zandverstuiving zo groot dat men maatregelen nam om de zandverstuiving te beteugelen. De belangrijkste wapens waren het opwerpen van wallen en het planten van bomen. De meest succesvolle boomsoort om stuifzanden vast te leggen is de grove den. Deze boom heeft een pen- of hartwortelstelsel dat meters diep de grond in kan groeien. Vanaf circa 1915 werd begonnen met het aanleggen van de Staatsbossen. Het doel van deze aanleg was het verkrijgen van mijnhout voor de Staatsmijnen en het beteugelen van het stuifzand. Ook konden op deze manier onrendabele gronden rendabel worden gemaakt. Het aanleggen van de bossen werd als werkgelegenheidsproject benut. Werklozen, ook uit andere delen van Nederland werden hier als werkkracht ingezet. Er werden veel sparren aangeplant, met hun rechte stam goed geschikt voor het gebruik als mijnhout. Ook al lopen we hier in het bosgedeelte, toch is het zeer kenmerkende stuifzandreliëf overal goed herkenbaar. 

U komt langs een parkeerplaats en steekt een fietspad en een keienweg over.
8. Na enige tijd staat er langs een lang recht pad een bank op een kruising van paden. Ongeveer 100 meter na die bank gaat de gele route met een bocht van 90 º naar rechts. Dit is het punt waar we de gele route zijn begonnen. U gaat hier rechtdoor. U komt uit bij de bosrand met de dikke steen. Op dit punt steekt u de zandweg over naar een smal pad aan de overzijde.
9. Aan het eind van dit pad gaat u rechtsaf, langs de bosrand. Aan het eind van dit pad komt u bij een fietspad. U gaat hier linksaf. U Volgt het fietspad tot aan het punt waar het hekwerk van het bungalowpark een scherpe bocht naar links maakt.