Familierecept van de oermensen – lesidee onderbouw basisonderwijs

Bij museumbezoek van kinderen valt op hoeveel interesse er is voor hele specifieke vragen. Kinderen willen precies weten wat de mensen nu eigenlijk eten, want eten, slapen en naar de toilet gaan moeten geregeld zijn. Aan de hand van voedsel kan het kind met alle zintuigen in contact komen met het verleden: de oertijd. Deze les is geïnspireerd op het lesidee Familierecept van Erfgoed bij de les. Deze waaier Erfgoed bij de les is ontwikkeld door Bureau Erfgoededucatie Noord-Holland.

De oertijd kent geen geschreven bronnen dus ook geen recepten, maar we kunnen toch proberen zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. We kunnen uitzoeken wat de oermensen hadden en konden, maar ook kijken naar hoe nu nog gekookt wordt. In deze les gaan de leerlingen ontdekken wat een recept is, gaan de leerlingen op onderzoek naar hun familierecept en leren de kinderen een kookboek maken. De leerlingen ontdekken dat veel voedsel nog niet in Nederland was in de prehistorie en ontdekken de recepten uit de prehistorie met alle zintuigen.
Om te weten te komen welke recepten de mensen in de prehistorie hadden, kan je onderzoek doen naar:
– welke schimmels, planten, struiken en bomen groeiden er;
– welke dieren leefden er;
– welke gewassen werden verbouwd;
– welke dieren werden gehouden.

Archeologen kijken naar plantenresten en dierlijke botten om dit te weten te komen, maar soms geven rotstekeningen ook een aanwijzing. Om tot een recept te komen, kan je kijken wat een mens nodig heeft. Ook kan je kijken naar recepten die er nu nog zijn en hier een variant op maken. Archeologen komen soms heel dichtbij door de maaginhoud van een veenlijk of aangebrande resten in een pot.

Veel ingrediënten komen uit andere gebieden. Onze granen en vee komen uit het Midden-Oosten en zijn hier pas 5.000 jaar. Typisch Hollandse groenten zijn lang niet zo Nederlands en zelfs onze aardappel is geïmporteerd. Wat aten de mensen wel? Denk aan planten (onkruiden), struiken en bomen. Sommige planten zijn giftig, maar veel planten zijn erg gezond. Denk maar aan de spinazie uit de prehistorie.

Recept

Een recept is een soort handleiding hoe een bepaald gerecht wordt klaargemaakt. Een recept begint meestal met de naam en daaronder instructies voor hoeveel personen dit gerecht met deze hoeveelheden is gemaakt. Vervolgens komt een opsomming van benodigdheden: ingrediënten, gereedschap en tijd. Dan wordt stap voor stap verteld wat de instructies zijn. Onderaan het recept staan tips om te variëren, tips om erbij te eten, houdbaarheid en voedingswaarden (allergieën).

Familierecept

Elke familie heeft wel recepten die al jaren worden gegeten en deze worden soms van (groot-)ouder op kind doorgegeven. Aan deze recepten zit vaak een verhaal wat te maken kan hebben met feestdagen, vakanties of traditie. Dit verhaal zorgt dat het recept meer is en kan worden gezien als erfgoed. Bij de recepten kan onderscheid worden gemaakt tussen familierecepten, culinaire specialiteiten en traditionele recepten.
Sommige recepten worden van generatie op generatie doorgegeven, en vaak zit er een verhaal aan vast. Daarom horen traditionele gerechten, culinaire specialiteiten en familierecepten ook bij het erfgoed van de leerlingen. Binnen Nederland kennen we diverse traditionele gerechten, denk maar aan stamppot, speculaas, pannenkoeken, poffertjes, rookworst, mosterdsoep, etc. Binnen de provincies zijn er lokale specialiteiten. In de provincie Drenthe kennen we bonenbrij, knieperties, kruudmoes, spekdikken, stip in ’t gat, watergruwel, en ga zo maar door.

Aan de slag – introductie

Om dit thema te behandelen kan worden gestart met een kringgesprek. In de tweede les kunnen de leerlingen hun recepten aanleveren en kan een prachtig kookboek worden gemaakt.
In het kringgesprek kun je beginnen over koken en recepten. Wat is koken? Wat is een recept? Wat vinden de leerlingen het lekkerst? Vinden pappa/mamma/oma/opa/zus/broer hetzelfde lekker? Helpen de leerlingen weleens mee met koken? Wat mogen ze dan doen?
Van wie leren de leerlingen koken? Koken de ouders of grootouders uit het hoofd of gebruiken ze een kookboek of internet? Waar komt het recept vandaan? Wordt er gevarieerd met het recept of maken pappa/mamma altijd het altijd op dezelfde manier klaar? Kennen de leerlingen een bijzonder familierecept? Of is er een bijzondere familietraditie bij het eten?

Hoe zou dat zijn in de prehistorie? We weten dat veel eten er vroeger niet was, maar wat aten ze dan? Recepten vinden we niet, ze hadden geen boeken. Maar af en toe vinden we etensresten, denk maar aan een pan die is aangebakken. De leerlingen krijgen voorbeelden te zien van (kinder-)kookboeken.

Aan de slag – verdieping

De leerlingen worden gevraagd om een recept van thuis mee te nemen met het verhaal. Zo’n familierecept kan iets zijn wat tante of oom maakt met kerst of wat oma altijd klaar heeft staan. Het kan iets zijn uit het land waar de (groot)ouders vandaan komen. De leerlingen maken het recept en nemen mee het recept, een foto en het verhaal. Alle leerlingen maken op een pagina een recept, ze bedenken een naam, schrijven de ingrediënten op, schrijven de bereiding op en plakken de foto erbij. Afhankelijk van het niveau kan in meer of mindere mate worden geschreven, teksten kunnen ook worden gekopieerd en worden geplakt. De pagina kan worden geïllustreerd met foto’s, tekeningen en kleuren.

De gerechten kunnen worden ingedeeld in voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht, tussendoortje of bijgerecht. Maar ook kan gekeken worden wanneer je het gerecht maakt, denk aan voorjaar/zomer/herfst/winter of feestdagen. Tevens kan je kijken naar de ingrediënten. Is het een hartig of zoet gerecht? Wat wordt gebruikt: rijst, pasta, graan of aardappel? Met bepaalde tekens of kleuren zou je dit kunnen aangeven.

Het verhaal achter het recept wordt ook vastgelegd door een foto, tekening, korte tekst of woorden. Dit kan aan de achterkant van de pagina.
De pagina’s worden opgestuurd naar de afdeling educatie van het Hunebedcentrum (educatie@hunebedcentrum.nl).

De expert in de klas

Als aanvulling op het kookboek zal het Hunebedcentrum bij elk gerecht een alternatief sturen. Zo wordt het kookboek een boek met recepten van nu en de prehistorie. Bij de recepten van het Hunebedcentrum staat met symbolen aangegeven of het een steentijd-, bronstijd- of ijzertijdgerecht is.

Om dit verder te bespreken kan de educatief medewerker worden uitgenodigd om de gerechten te bespreken en de ingrediënten te laten zien. Ook kunnen de kinderen op bezoek komen in het Oertijdpark en hier een aantal gerechten gaan bereiden.

Aan de slag – uitwerking

Elke leerling krijgt een recept uit de prehistorie wat een alternatief is van hun familierecept. De recepten van de prehistorie worden door de leerling op pagina vastgelegd. Alle leerlingen maken op een pagina een recept, ze bedenken een naam, schrijven de ingrediënten op, schrijven de bereiding op en plakken de foto erbij. Afhankelijk van het niveau kan in meer of mindere mate worden geschreven, teksten kunnen ook worden gekopieerd en worden geplakt. De pagina kan worden geïllustreerd met foto’s, tekeningen en kleuren.

De recepten uit de prehistorie en de familierecepten worden gebundeld. Het kookboek is klaar!

Aan de slag – uitwerking extra

Het kookboek wordt gedrukt en wordt aan elke leerling meegegeven. Het kookboek komt via internet beschikbaar als pdf.
Het gelamineerde kookboek gaat elke week mee met een andere leerlingen die maakt met haar/zijn familie het alternatieve recept en een recept van een andere leerling. Misschien neemt de leerling wel iets mee naar school? Of kan zij er iets over vertellen?
Als afsluiting worden een aantal gerechten in de klas klaargemaakt en gegeten. Tijdens de projectweek worden (groot)ouders gevraagd eten te maken en mee te nemen. Op het eindfeest wordt er met elkaar gegeten.

Bronnen

De les is een uitwerking van een lesidee Familierecept van de waaier Erfgoed bij de les. Deze waaier Erfgoed bij de les is ontwikkeld door Bureau Erfgoededucatie Noord-Holland.