Wandeling Buinerveld (2,2 uur / 11 km)

Pingowandeling

Startplaats: parkeerplaats van het Hunebedcentrum
Lengte: 11,1 km

Deze tocht voert ons door staatsbossen, langs heidevelden, langs een pingoruïne  en door het “stormbos”. We steken het Voorste Diep over en we kunnen een bezoekje brengen aan twee hunebedden dicht bij de route.

1. Ga, komend vanaf de parkeerplaats van het Hunebedcentrum linksaf. Bij de eerste verharde weg rechtsaf naar de sluis in het kanaal Buinen–Schoonoord, steek de stuw over via het smalle betonnen bruggetje.
2. Ga na de stuw linksaf en loop ongeveer 100 meter over het schouwpad langs het kanaal.

Tussen Borger en Buinen ligt het dal van het Voorste Diep. Het Voorste Diep is een unieke geosite; het is namelijk een (ijssmeltwater)doorbraakdal en dateert uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Bij de stuw steekt u het Voorste Diep over. U bent nu tussen twee verhogingen in het landschap: de Hondsrug en de Buunerbult. Het dal doorsnijdt als enige van de erosiedalen de Hondsrug. Op dit hoofddal komen verscheidene kleinere dalen uit, zoals bv de laagte waardoor de Bronnegerstraat vanuit Buinen naar het noorden loopt, of de laagte bij Bloemendellen.

Sla daarna rechtsaf en loop langs de sloot tot u bij een zandweg komt. Let op: u loopt hier over een terrein dat eigendom is van Het Drentse Landschap en gepacht wordt door een boer uit de omgeving. Blijf binnen 1,5 meter van de sloot en houdt honden aangelijnd. Ga op de zandweg linksaf en direct daarna weer rechtsaf op een zandweg.

Als u de straatweg van Borger naar Buinen oversteekt, kunt u rechts voor u in het veld twee hunebedden zien liggen. Ze liggen in een krans van bomen. Als u een bezoekje aan deze hunebedden wilt brengen, loop dan over de parallelweg richting de hunebedden, steek de straat over en loop langs het met gras begroeide pad naar het kleine hunebedterrein. Het zijn twee vrijwel even grote hunebedjes. D28 heeft drie dekstenen en nog alle 8 draagstenen en 2 sluitstenen. De meest oostelijke deksteen evenals de poortstenen ontbreken. In 1927 vond Van Giffen 2 spiralen van koperdraad in dit graf: de oudste metalen sieraden van Nederlandse bodem. D29 is nooit wetenschappelijk onderzocht. D29 heeft twee grote en zeer platte dekstenen, waarvan er één in het graf is gegleden. Eén deksteen ontbreekt. Dit hunebed heeft echter nog wel twee poortstenen. De zij- en sluitstenen zijn met 10 stuks compleet. De twee dekstenen van D29 hebben mogelijk één geheel gevormd. Keer na het bezoek naar de plaats waar u de route hebt verlaten.

Steek aan het eind van de zandweg de straat en de parallelweg over. U loopt nu weer op een zandweg.
3. Blijf deze weg alsmaar volgen tot u, nadat u door een perceel bos bent gelopen, links voor u een groot heideveld ziet. Op dit punt (bij perceelsteen 187) gaat u rechtsaf op de zandweg.

Vanaf circa 1915 tot na de Tweede Wereldoorlog werden in Drenthe op gronden die niet geschikt waren voor de landbouw bossen aangelegd. Al in 1916 werden er werklozen ingeschakeld bij het ontginnen en bebossen. Vooral na 1922 is de inzet van werklozen van doorslaggevende betekenis geweest voor de snelle uitbreiding van het bosareaal. De slechte werkgelegenheidssituatie was een nationaal probleem. De overheid ontwikkelde en financierde grote werkgelegenheidsprojecten. Spitten van heidegrond werd daarvan een belangrijk onderdeel en leverde nieuwe landbouwgrond en bosgrond op. Het bosareaal groeide van ca. 9000 ha in 1900 naar 24.000 ha in 1970. Ook na bebossing leverde de verzorging en exploitatie van het bos nog vele handen werk. Vooral in de wintermaanden werden tot ver in de jaren ’50 van de 20e eeuw seizoenarbeiders te werk gesteld. Daaraan kwam rond 1960 een einde. Staatsbosbeheer ging over tot het in vaste dienst nemen van bosarbeiders. In alle gevallen was het bos gemengd aangelegd: loofbomen en naaldbomen door elkaar, waarbij de loofbomen in veel gevallen de sneller groeiende naaldboomsoorten moesten helpen (‘als hulpboomsoort’). Hun aanwezigheid werd nu als lastig ervaren en ze werden daarom verwijderd. Tot in de jaren ’70 zijn zo veel eiken, Amerikaanse eiken en berken uit het bos gekapt. Na de stormen van 1972 en 1973 veranderde het denken over bosbeheer en wordt gericht op stabiliteit en duurzaamheid. In essentie komt dat erop neer, dat veel kleinschaliger wordt gewerkt en dat mengingen worden hersteld en uitgebreid. De laatste 30 à 40 jaar hebben de bossen vooral ook een recreatieve functie gekregen. Er zijn in de Staatsbossen wandelpaden, speelveldjes, picknickterreinen, ruiterpaden, spartelvijvers en recreatiewegen aangelegd.

4. Na 500 meter ziet u aan uw linkerhand een parkeerplaats met een informatiebord. Hier begint u aan de wandeling langs de blauwe paaltjes.
5. Dit is de pingoruine, waarover in de inleiding gesproken wordt.

We staan hier aan de rand van een piongoruine. Een pingoruïne is een overblijfsel uit de Weichsel-ijstijd. De vorst in die tijd zorgde ervoor, dat de grond meters diep permanent was bevroren. Toch wist het grondwater via spleten in de grond het oppervlak te bereiken. Daar bevroor het, maar het water bleef komen en groeide in de loop van de jaren aan tot een hoge ijsheuvel. Deze ijsheuvel noemen we een pingo. Deze waren soms wel enkele honderden meters breed en konden wel  enkele tientallen meters hoog worden. Ze waren ringvormig en lagen als een soort lens op de grond. Eerst was een dergelijke pingo nog met een laag grond bedekt, maar hoe hoger de heuvel werd, hoe meer aarde er ’s zomers, als het ijs een beetje ging smelten, naar beneden gleed. Op deze manier vormde zich aan de voet van de pingo een ringwal. Toen het ijs helemaal gesmolten was, bleef er een  komvormige laagte achter, waarin water bleef staan. Dit wordt een pingoruïne genoemd. Later groeiden de meeste meertjes vol met veen, tenzij de bodem van de pingoruïne uit grof zand bestond, want dan bleef er geen water in de kuil staan. 

U kunt even van de route afwijken en een kijkje nemen in de pingoruine. Keer daarna terug op de blauwe route.
6. Bij dit vennetje kunt u op het bankje even een moment rust nemen en genieten van het uitzicht en de rust.
7. U komt hier aan de rand van een zandkuil. U kunt een kijkje nemen in de kuil, maar ga daarna, aan het begin van de kuil, bij het bankje, rechtsaf, langs het blauwe paaltje.
8. Hier bent u in het gedeelte van het bos dat erg te lijden heeft gehad van de novemberstorm van 1972.

In dit gedeelte van het bos kunnen we nog de gevolgen van de novemberstorm van 1972 zien. Staatsbosbeheer heeft in dit gedeelte van het bos de omgewaaide bomen laten liggen om bezoekers een indruk te geven van de verwoestingen. De storm van 13 november 1972 is er een die veel mensen, vooral het noorden van Nederland nog in het geheugen gegrift zal staan. In de dagen, voorafgaande aan de storm, zagen de weerkaarten er niet bijzonder explosief uit. Tussen een lagedrukgebied boven
Scandinavië en een hogedrukgebied boven en ten westen van Spanje, had zich weliswaar een stevige westcirculatie ingesteld, maar het was niet zo’n strakke als die we voorafgaande aan andere stormen in Nederland wel hebben gezien. Was de wind tussen 6 en 7 uur ’s morgens op het meetstation in Leeuwarden gemiddeld nog hard uit het westen, tussen 7 en 8 uur liep dat heel snel op naar een gemiddelde van windkracht 11 uit het noordwesten, een zeer zware noordwesterstorm dus en dat
boven land. Vooral het noorden en het noordoosten kregen er, in de paar uur die de storm maar duurde, enorm van langs. Binnen korte tijd werd een groot deel van de bossen in Overijssel en Drenthe met de grond gelijk gemaakt. Over een oppervlakte van meer dan 2500 hectare waren alle bomen plat gewaaid, afgebroken of versplinterd. Meer dan 15000 hectare bos was onherstelbaar beschadigd. Het werk van enkele tientallen jaren bosbouw en bosontwikkeling leek in enkele uren tijd helemaal weggevaagd. In Drenthe werd meer dan zes maal de jaarlijkse houtoogst door de storm geveld. Hele bossen moesten opnieuw worden aangelegd. En dat gebeurde niet meer door veel van een boomsoort aan te planten, zoals voor die tijd gebruikelijk was (en waardoor de jonge bossen erg kwetsbaar werden voor stormen), maar meer een mengvorm van allerlei boomsoorten. Bij latere stormen (onder meer die van 25 januari 1990) is gebleken dat die aanpak zijn vruchten afwerpt. De bosschade in 1990 was, ondanks het feit dat de storm zwaarder was, toch duidelijk kleiner dan in 1972.

9. U bent nu weer terug bij de parkeerplaats en verlaat hier de blauwe route. U gaat rechtsaf op de brede zandweg, tussen de vakstenen 182 en 186. U komt hier weer bij het grote heideveld. U gaat linksaf langs vaksteen 187. U blijft deze weg volgen tot een straatweg met een parallelweg er naast. Steek deze over en vervolg de route op de zandweg. Aan het eind van deze weg linksaf en direct daarna weer rechtsaf over het schouwpad langs de sloot. Let op: u loopt hier over een terrein dat eigendom is van Het Drentse Landschap en gepacht wordt door een boer uit de omgeving. Blijf binnen 1,5 meter van de sloot en houdt honden aangelijnd.
10. Als u bij het kanaal komt linksaf gaan tot het smalle bruggetje. Steek dit over, ga naar rechts en volg de weg. Aan het eind van de weg gaat u linksaf. Na 350 meter bent u weer bij de parkeerplaats van het Hunebedcentrum.

Locatie Gletsjerkuil Buinerveld
Coördinaten: 52°54’36.6″N 6°49’23.8″E
Adres: Buinerweg, 9528 Buinen